Weidelijkheid? Een varken voor je buurman weg te schieten?

Gepubliceerd: , in Jachtverhalen
Duivels zou ik worden, als het mij zou overkomen, maar het gebeurt. Er zijn types die zo triggerhappy zijn dat ze er niet voor terugdeinzen. Wild dat zich mooi voor een jager presenteert schieten ze soms zomaar van een afstand voor die jager weg. Dat gebeurt overigens niet alleen bij grofwild. Ook sommige kleinwildjagers kunnen er wat van, daar kom ik nog een keer op terug.
De situatie: mijn maten B. en S. staan naast elkaar op de kop van een drift. Ik sta een stuk verder, wat hoger op een plateau, een perfecte plek, waar ik alles goed kan overzien. Dus zag ik ook dat zij voor aanvang de drift nogal met elkaar staan te smoezen. Kennelijk hebben ze ‘werkoverleg’ denk ik. Maar genoeg gemijmerd, ik hoor de honden al, de drift is begonnen.

Een paar reeën zijn het eerste wild dat de drift verlaat, maar die komen onbeschoten weg. Dat doet mij plezier, ik heb het niet zo op het schieten van reewild op drijfjachten. Als ze al worden vrijgegeven door de jachtleider is dat meestal met de kanttekening: “niet op vluchtige reeën, dus alleen als ze met vier lopers aan de grond staan”. Maar als ik dan na de jacht het tableau zie…

Dan zie ik een zwarte vlek in de drift, een varken, alleen. Mijn hartslag stijgt, ik gun iedereen het beste maar als ik op post sta hoop ik toch altijd dat het geluk mijn kant op komt. Ik ga staan en maak mij klaar om in actie te komen.

Maar het varken loopt min of meer van mij weg, richting B. en S. Nou, die gun ik het dan ook wel, nu het niet naar mij komt. Het varken houdt even in, het taxeert de situatie en vervolgt zijn pad. In een rustige draf loopt het nu achter mijn maten langs. Die mogen niet in de drift schieten en moeten dus maar afwachten of het varken uit de dekking wil komen.

Dat doet het eindelijk, het steekt het pad over en ziet daar kennelijk de andere buurman van B. Het slaat rechtsaf en komt weer langs B., nu vóór hem langs. Ik zie hem schouderen en het schot valt. Het varken tekent. Mooi denk ik, Weidmansheil.

Maar dan vermoed ik dat S. denkt dat hij er zich mee moet gaan bemoeien. Vanaf zijn positie schiet hij -afstand een meter of 75- ook op het varken, dat voor B. ligt. What the f*ck, denk ik. Zo ken ik hem niet, want het is een weidelijke jager.

Zodra de drift voorbij is, loop ik naar de mannen. Is die S. nou helemaal besodemieterd? Kennelijk staat mijn gezicht op onweer, want hij zegt direct: “Ik kan het je uitleggen, Theo”.
Maar daar heb ik geen boodschap aan. Eerst maar even naar B. om hem weidmansheil te wensen en ook om wat af te koelen. Want die S. zal ik zo dadelijk nog wel even de oren wassen.



B. is meer dan tevreden met zijn varken, een overloperkeiler. 
“Ik had hem al even in de smiezen, Theo. En toen dacht ik dat hij naar mijn buurman door zou trekken. Maar ik had geluk, die bewoog en toen kwam hij toch weer voor mij langs. 
Het was een mooi schot, al zeg ik het zelf. Een beetje laag blad.

Dat zorgde ervoor dat hij nogal stuiterde. Het liefst had ik een tweede schot af willen geven, maar gelukkig schoot S.”.

Gelukkig, je bent echt niet goed wijs, denk ik. Want die S. heeft zich meer dan onbehoorlijk gedragen.

De snoodaard is inmiddels bij ons komen staan, “weidmansheil, B., dat hebben we goed gedaan”.
Nou breekt mijn klomp.

“Goed gedaan”, zeg ik, “dat moet je mij eens uitleggen. Je schiet het varken voor de neus van B. Noem je dat goed gedaan”?

Enigszins gegeneerd kijkt S. ons beiden beurtelings aan. Ik zeg niets, ik zie B. wat aarzelen, maar uiteindelijk ook niets zeggen. En S., nou die krijgt een rood hoofd. Terecht denk ik.

Dan besluit B. om opening van zaken te geven. Hij had namelijk maar één patroon in de loop, meer niet en was dus blij dat S. het vangschot had gegeven.

Dat moet ik even op mij in laten werken. Eén patroon in de loop? Waarom, en waarom niet door gegrendeld om zelf het vangschot te kunnen plaatsen? “Tja”, zegt B. “op het gevaar af dat je er een verhaaltje van maakt: ik was mijn magazijn vergeten. Stom, stom, stom, want nu moet ik het je opbiechten. Ik ken je, straks kan iedereen er van meegenieten”.

Enigszins ontregelt kijk ik van B. naar S. en terug. “Ja, eigenlijk was ik al van plan om helemaal niet mee te schieten, vandaag. Maar S. zei vlak voor de drift begon, dat ik toch altijd nog één keer kon schieten. Nou, je zag het, dat heb ik gedaan. Ik had er heel wat voor over gehad als er geen vangschot nodig was geweest. Maar ik ben blij dat S. naast mij stond en ingreep”.

Zo zie je maar, niet alles is wat het lijkt. 
“Sorry, mannen. Ik was echt gepikeerd en had wellicht eerst moeten vragen wat er aan de hand was. Nogmaals sorry. Maar, B. het is toch wel een onvergeeflijke fout. Niet dat schot van S., maar van jou. Je magazijn vergeten”!

“Nou”, zegt B. “het doet mij denken aan de keer dat jij eens een keer op de ganzen arriveerde en je ontdekte dat je je voorhout vergeten was, Theo”.

“Vertel, vertel”, zegt S. die dat verhaal kennelijk nog nooit gehoord had. Maar ik gun de mannen niet het plezier om dit onderwerp uit te diepen. De volgende drift wacht, we moeten verder.

©TheoM
één moment...