Je moet niet alleen kijken, je moet het ook zien.

Gepubliceerd: , in Jachtverhalen
Cees van Geel, de beruchte oud-jachtopzichter, eigenaar van het jachttoezicht en stroperijmuseum in Doornspijk, hoorde ik het vaak zeggen. “Jagen is kijken, kijken en nog eens kijken”.
Wie ben ik om die wijsheid in twijfel te trekken als het om de jacht gaat. En niet alleen jonge jagers, maar ook oude rotten kunnen het ter harte nemen. Hoewel, hoewel ik het gevoel heb dat selectief schieten – en daarvoor is goed aanspreken en dus kijken, kijken, kijken een vereiste- wat begint te vervagen. Daar schijnt jagen 2.0 voor in de plaats te komen. 

Dat komt niet in de laatste plaats door het beleid van terrein beherende organisaties als Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten. Eerst waren die geen voorstander van de jacht. ‘Geen jacht, tenzij’ was en is op vele plekken hun beleid. Tenzij zij er natuurlijk zelf last van hebben, van het resultaat van hun beleid. 

Dan verandert alles en kan het wel, dat jagen. Sterker nog, zij gaan dan zelfs quota opleggen voor afschot. En dat is niet vrijblijvend, hè. Want die aantallen zullen en moeten gehaald worden. Gevolg: schieterij, veroorzaakt door deze tegenstanders van de jacht, als die wordt uitgeoefend door anderen dan zijzelf of namens hen.

Dat kijken dus, is voor weidelijke jagers een vaardigheid die zij, als het aan Cees ligt, moeten beheersen. Toch durf ik het aan om zijn stelling te amenderen, want kijken alleen is volgens mij niet genoeg. Het gaat erom wat je ermee doet of kan doen, met dat kijken.

Je moet het ook zíén. Maar om het te kunnen zien moet je het ook doorhebben, want dan ga je het pas zien, dixit Hendrik Johannes Cruijff, voetballende filosoof.

Zelf werd ik laatst weer aan deze wijsheid herinnert toen ik een tekening zag op de Rien Poortvlietkalender. Rien kon alleen maar zijn werk doen door heel veel te kijken, maar met wat hij zag deed hij ook iets. Hij had de essentie door en wist dat in beelden te vangen. Nu, bijna 30 jaar na zijn dood, worden velen nog steeds gegrepen door zijn tekeningen, schilderijen en boeken.

Goed die tekening, dus.



Ik had het eerder niet gezien, ik had het niet herkend, terwijl ik er toch bijna dagelijks naar keek. Ik heb het over mijn twee honden. Diane, de Duitse staande langhaar en Sophie, mijn ruigharige teckel.

Precies, zonder een poot te verzetten, kan Diane naar alle kanten kijken. De teckel, met haar korte nek, kan dat niet.

Of, een andere herinnering. Ik hoor zojuist dat Lionel Messi op het punt staat Paris St.-Germain te verruilen voor Saudi-Arabië. Het zal niet bedoeld zijn als een sportieve promotie, maar zelfs voor een mega-grootverdiener als Messi is het in ieder geval wel een financiële promotie. En wat voor een; hij zou daar € 400 miljoen per jaar gaan verdienen. Dat is ruim € 1 miljoen per dag, nog maar eens: dat is ruim € 1 miljoen per dag!

Ik wil het niet hebben over de idiotie die het voetbal heeft voortgebracht, noch over het Saudische gevaar, maar over dat ik toen heb zitten kijken, maar het niet zag. 

Dat was op 28 juni 2005 in het Galgenwaardstadion in Utrecht, de Wereldkampioenschappen Voetbal onder 20 jaar. 

In dat stadion, ooit de thuisbasis van DOS, kwam ik al als klein ventje aan de hand van mijn opa. Later fuseerde die club (Leo van Veen) met Velox (Willem van Hanegem) en Elinkwijk (Tonny van der Linden) en was FC Utrecht geboren. DOS speelde in gele shirts en werd daarom ‘de kanaries’ genoemd. 

Op die dinsdagavond was ik aanvankelijk voor Brazilië, die speelden immers ook in het geel, in de halve finale tegen Argentinië. Totdat een klein ventje al na een paar minuten een doelpunt voor de blauw-witten maakte en vervolgens ijzig kalm al die Kanaries van de mat speelde. Toch kwam Brazilië langszij, maar uiteindelijk trokken de Argentijnen aan het langste eind.

Ik was er, ik keek ernaar. En toch wist ik niet wat ik zag. Dat realiseerde ik mij pas later, toen ik hem herkende, toen had ik het pas door. Messi, Lionel Messi.

©TheoM
één moment...