Jachthonden en keurmeesters…
Gepubliceerd: , in Jachtverhalen
Woedend! Nee, ziedend was hij, de stoom kwam uit zijn oren. “Nou als zo’n pannenkoek mijn hond moet keuren, hij herkent het ras niet eens”!
Opeens moest ik aan Theo de Turk denken, toen ik in ons dorp een man voorbij zag fietsen die sprekend op hem leek. Zijn bijnaam had ‘de Turk’ gekregen omdat er in ons jachtgebeuren veel Theo’s rondliepen en bijnamen dus wel makkelijk waren. Met zijn zwarte haren en imposante snor had hij een mediterraan uiterlijk en daarom werd hij dus zo herdoopt.
En het frappante was, dat het nou net het uiterlijk van zijn hond was die de bron was van de woede-uitbarsting van De Turk.
Maar om bij het begin te beginnen, De Turk was al jaren een hondenman, vooral van het exterieurwerk. Tot hij op een dag besloot om van ras te switchen. En hij koos voor een Chesapeake, “een echte hond, je ziet mij toch niet met zo’n lab lopen”. Die uitlating laat ik dus geheel voor zijn rekening, dat snap je; alles voor de leescijfers, dus ik wil niemand tegen de haren instrijken.
En De Turk, deed dat overigens ook zelden. Hij was een buitengewoon aimabel mens en op onze winterse trainingen, naast het ringwerk moest er immers ook expertise worden opgebouwd voor het veldwerk, zorgde hij menigmaal dat we de kou konden verdrijven met zijn in de loop van de jaren fameus geworden uiensoep.
Uren was hij er mee in de weer geweest, vertelde hij dan trots, om dan ook steevast te eindigen met “maar de kers op de taart is, als ik ze straks even onder de grill zet, met was partizanenkaas er op”. Je snapt, wij lachten, maar hij snapte nooit waarom. “Lachen jullie maar, er zitten echt uren werk in, zo’n soeppie maak je niet in een half uurtje”.
‘Storm’ zo noemde hij zijn Chess, die in het begin van zijn jachthondencarrière, ooit eens bij ons te gast was op een waterwildjacht. Dat verliep niet helemaal zonder horten en stoten. Sterker nog: toen Storm werd ingezet om een eend te apporteren was hij er indirect de oorzaak van dat zijn fokker -die wilde dat die eend binnen kwam en zich ermee ging bemoeien- bijna verdronk!
Het was echt een lijn van Chessen met veel ‘jacht’, maar Storm was volgens mij geen echte jager. Hij deed het wel, dat zoeken en apporteren, maar meer om zijn baas een plezier te doen dan dat het uit jachtpassie was. Het bleek op dat punt uiteindelijk van het buitenbeentje van het nest waar hij uitkwam.
Als voorjager wil je toch weten of en in welke mate je hond voldoet aan de ras standaard en zo werd Storm in geschreven voor een hondenshow. Hij was daar niet alleen, want van onze trainingsgroep waren er meer die daar die dag hun hond voorbrachten.
Het toeval wilde dat wij de keurmeester kende die de Chessen zou keuren. Die namen we even apart en hij wilde wel meewerken aan het geintje dat we wilde uithalen.
De keurmeester stond bij de ingang van de ring de honden te bekijken die even later door hem zouden worden gekeurd. En daar kwam Theo aan met zijn Storm. Eerlijk is eerlijk, het was een prachtig gebouwde, imposante reu. Zelden zag ik ze zo massief en mannelijk, maar dat gold ook voor zijn kop. Die was nogal groot uitgevallen, eigenlijk een beetje atypisch. Hij had in zijn stamboom nogal wat ‘Amerikanen’ en die zijn of wellicht waren, niet zo streng in de leer van het ‘zuiver’ houden van hondenrassen.
Hoe dan ook, toen Theo de ring in wilde stappen, hield de keurmeester hem tegen. “Sorry meneer, deze ring is voor de Chessen, met de Mastiffs moet u ergens anders zijn”.
Woedend! Nee, ziedend was hij, de stoom kwam uit zijn oren. “Nou als zo’n pannenkoek mijn hond moet keuren, hij herkent het ras niet eens”!
Het kostte nog heel wat moeite om hem ervan te overtuigen dat het een geintje was en hij alsnog de ring in wilde gaan.
©TheoM