Verhalen uit de Jachthut #5 - 15 augustus, de eenden Hoogmis
Gepubliceerd: , in Jachtverhalen
Met de bosmaaier in de weer geweest. Hutjes van riet en takken gemaakt. Toen een beetje gevoerd -op ruime afstand van de hutjes. En vanavond zaten we er. Aan de Vliet. Het is de opening van de eendenjacht. Voor liefhebbers is het een Hoogmis.
Het was niet onaardig qua buit, maar waar ik het meest van genoot, was het invallen, met soms acrobatische toeren, van de eenden. Het is alsof ze op het allerlaatste moment besluiten om te gaan landen. Wiekend wordt hun koers gecorrigeerd met hun landingsgestel uit. Herinneringen aan vervlogen tijden kwamen in mij op. Want als je ooit een èchte eendentrek hebt meegemaakt, dan vergeet je het beeld nooit meer van eenden die kort voor donker komen aan gesuisd, alsof ze door een magneet worden aangetrokken.
Jagen is bij ons meer dan schieten. We verzorgen het veld, doen -voor zover de wetgever dat toestaat- aan het korthouden van de predatoren en oogsten wat de stand kan dragen. Maar bij ons Jagen hoort ook de kameraadschap en samenhorigheid. En waar gedijt dat beter dan in De Jachthut.
Het is allang donker als wij ons daar verzameld hebben. De bitterballen spetteren in de frituur, de vuurkorf brandt, de drank komt door.
Tegenwoordig is onze combinatie uitgebreid met Junior, een pas afgestudeerde aan de Jachtacademie. Hij hoort tot de bevoorrechten van zijn lichting, want direct na het halen van zijn jachtdiploma kon hij bij ons aan de slag. En dat is een voorrecht dat velen van de ruim 1.000 cursisten (elk jaar weer, hè) niet hebben. Onbegrijpelijk is het dat de KNJV daar kandidaat-cursisten niet beter over inlicht. Velen lijken geroepen, maar er is slechts voor weinigen een plaats in de herberg.
Mooi vond J. het, onze jachtavond. En dat het moeilijk is, de succesvolle schoten op die eenden. Maar hij heeft zijn eerste eend. Die vergeet hij nooit meer.
“Zeg eens”, zegt hij, “op het gevaar af, dat jullie weer gaan vertellen dat het ‘vroeger’ allemaal mooier was; hoe ging dat toen op de eenden?” Nou, of het vroeger altijd mooier was, wordt door de senioren niet direct bevestigd. Maar wel dat het anders was, dat klopt.
Jongere jagers weten niet beter dan dat 15 augustus de opening van de eendenjacht is. Nog steeds is dat voor velen de Hoogmis van de Eendenjacht, iets waar reikhalzend naar wordt uitgekeken. Maar toen jagen op kleinwild nog de hoofdmoot van het menu van jagers was, was dat 24 juli.
De geur van brandende turf die je bij je droeg om zo je aanwezigheid voorde wilde eenden op de kooiplas te maskeren. De tamme stal en de wilde stal, het kooikerhondje -eerst Jelle en later Boukje- het zijn allemaal mooie herinneringen aan de jacht op de eendenkooi. ‘De pijp uit’ en ‘het hoekje om’, het zijn uitdrukkingen die nog steeds gangbaar zijn.
Het jagen op de plas vanuit een hut, de levende lokkers om je op het water om je heen, de bittere koude. Maar dan de spanning, als je eenden zag en je een vliegwinder los liet. Als hij inviel tussen de lokkers trokken de overvliegende eenden er ook op aan. Schoten vielen en toch kwam zo’n woerd rustig terug gezwommen en sprong daar in de boot.
Eendenputten, in het veld van “Nielen & Co” lagen ooit maar liefst drie. Elke dag werd er wat gevoerd en in het najaar was het tijd om daar te oogsten. Omdat op elke put slechts één keer in de drie weken gejaagd werd, was het mogelijk om zo per put een keer of vier te jagen, voordat op 15 oktober de kleinwildjacht opende.
Zo’n put was niet zomaar een vijver of meertje. Jagen is werken en ze komen niet vanzelf naar de eendenput. We zorgden ervoor dat het dicht bij de kant ondiep was, zo’n centimeter of 10 en daar voerden we. Wilde eenden zijn grondelaars en ondersteboven aten ze daar dan onze mais op. En er waren hutjes aan verschillende zijden van de put, zodat er onafhankelijk van de windrichting gejaagd kon worden.
Later hoorden we wel eens dat het nog meer effect zou hebben gehad als we het voer bevochtigd zouden hebben met levertraan. Maar daar kwamen wij niet meer aan toe, omdat de jacht óp de eendenputten verboden werd. Zodoende kwamen wij er ook niet aan toe om eens uit te proberen wat een jager/visser adviseerde. ‘Lever Liquid’ gebruiken karpervissers voor hun boilies en zou net als gewone levertraan een onweerstaanbare aantrekkingskracht op de eenden hebben. En de bubbeltjes die het veroorzaakt zou nog een extra versterkend effect hebben… Karpers lijken in ieder geval de geur en smaak niet te kunnen weerstaan.
Maar ja, wat ons nu nog rest is wat oplopen op een sloot en zodoende de eenden proberen te verrassen. Ook mooi en spannend maar toch…
J. is een leergierig type en heeft ademloos naar de verhalen van de senioren zitten luisteren. Het bewijst maar weer eens dat het de verhalen zijn die De Jacht levend houden.
In gepeins verzonken gooit J. nog een blok hout in de vuurkorf. “Weet je”, zegt hij, “ik vraag me af waar je die leverliquid vandaag de dag zou kunnen kopen?” Druk tikkend op zijn telefoon; “Ask Google”, mompelt hij.
Tja, naar verluidt kunnen er vele generaties overheen gaan, voordat ‘stropersbloed’ zo is verdund dat het geen risicofactor meer is voor je jachtakte.
Maar nee, hij tikt nog wat verder op zijn telefoon en dan verschijnt er een brede grijns op zijn gezicht. “In het kader van schadebestrijding zijn er Provinciaal mogelijkheden waardoor jagen óp een eendenput mogelijk zou kunnen zijn”.
Maar ja, welke Provincie zou dat zijn?
In onze verhalen over vroeger is hij opeens niet meer zo geïnteresseerd. Hij zoekt verder op zijn telefoon, want hij jaagt meer dan wij in het nu en zoekt dus mogelijkheden. Anders dan toen, dan vroeger, maar het leidt misschien ook tot mooie nieuwe verhalen.
©TheoM